De WHO-code voor babyvoeding

De WHO-code legt reclame voor babyvoeding aan banden. Wanneer deze code wordt geïmplementeerd door nationale regeringen en nageleefd door bedrijven, kunnen ouders een keuze maken voor het voeden van hun kind vrij van commerciële belangen.

De WHO-code heet voluit de Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk. De WHO-code stelt zich een veilige en geschikte voeding voor zuigelingen ten doel en wil daaraan een bijdrage door:
  • borstvoeding te beschermen en te bevorderen
  • te zorgen dat vervangingsmiddelen voor moedermelk - wanneer nodig - juist worden gebruikt
  • te bevorderen dat ouders voldoende en juiste voorlichting krijgen
  • richtlijnen te stellen aan de verkoop van en reclame voor babyvoeding.

'We zien dat de reclame voor flesvoedingsproducten agressiever wordt. Veel Bolivianen hebben geen geld voor flesvoeding, maar onder invloed van de advertenties zie je dat baby's steeds vaker flesjes krijgen met drinken dat mensen wel kunnen betalen - thee, bouillon, softdrinks. Niet alleen dalen de borstvoedingscijfers, de ondervoeding neemt navenant toe.' (Oscar Lanza, IBFAN Bolivia).

De WHO-code is opgesteld door vertegenwoordigers van zorgverleners, consumenten, overheden en fabrikanten van babyvoeding, en is van toepassing op alle landen. De WHO-code heeft de status van een internationale richtlijn. Dat betekent dat fabrikanten die de code overtreden niet gestraft kunnen worden, ook al hebben ze beloofd zich aan de code te zullen houden. Sancties zijn wel mogelijk als een land de code opneemt in zijn eigen wetgeving.

Voor gedetailleerde informatie over de stand van zaken rond de WHO-code per land, is bij Wemos tegen vergoeding de publicatie verkrijgbaar 'State of the Code by Country'.

Inhoud van de code

De WHO-code regelt de marketing van alle producten die verkocht worden als vervangingsmiddelen voor moedermelk. Producten die onder de code vallen zijn:
  • volledige zuigelingenvoeding
  • opvolgmelk
  • andere voedingsmiddeen voor baby’s onder de vier maanden, zoals sapjes, theeën en fruithapjes
  • flessen en spenen.
De belangrijkste punten van de WHO-code zijn:
  • Er mag geen reclame voor bovenstaande producten gemaakt worden die op het grote publiek is gericht, niet in de media en niet op de verkooppunten.
  • Er mogen geen gratis monsters van deze producten aan moeders van zuigelingen of zwangere vrouwen worden geschonken.
  • Fabrikanten van kunstvoeding mogen geen geschenken uitdelen aan moeders van zuigelingen, zwangere vrouwen en mensen die in de gezondheidszorg werken.
  • Het gratis of goedkoop leveren van kunstvoeding aan instellingen in de gezondheidzorg is niet toegestaan, behalve voor zuigelingen die alléén kunnen worden gevoed met vervangingsmiddelen voor moedermelk.
  • Verkoop bevorderende activiteiten binnen instellingen van gezondheidszorg zijn verboden.
  • Direct contact van de fabrikant met zwangere vrouwen en moeders van zuigelingen is verboden.
  • De verpakking van kunstvoeding moet een mededeling bevatten dat borstvoeding de beste voeding voor zuigelingen is, plus duidelijke instructies in de landstaal over de juiste bereiding.
  • Idealisering van kunstvoeding op de verpakking in tekst of afbeeldingen is niet toegestaan.
  • Foto’s van baby’s op de verpakking zijn niet toegestaan.
  • De voorlichting door fabrikanten aan werkers in de gezondheidszorg dient feitelijk en wetenschappelijk te zijn.


Nederlandse Warenwetregeling Zuigelingenvoeding

De WHO-code spoort overheden aan de bepalingen van de code te integreren in de nationale wetgeving. In Nederland was een deel van deCode in de jaren tachtig in de warenwet en landbouwkwaliteitswet voor zuigelingenvoeding opgenomen. Toen in 1991 op Europees niveau twee richtlijnen ingevoerd werden die de codebepalingen "gedeeltelijk" overnamen, zijn er in Nederland twee regelingen tot stand gekomen die de bestaande wetgeving vervingen, te weten:
  • de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding voor de nationale en gemeenschappelijke Europese markt.
  • de Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding ter regeling van de export naar landen buiten de EU.

Toepassing van de Code

In Nederland wordt de implementatie van de Code onderzocht. Hiervoor wordt literatuuronderzoek gedaan, maar er worden ook mensen van niet gouvernementele organisaties (NGOs), overheid en bedrijven die zich bezig houden met de Code geïnterviewd. De studie probeert een relatie te leggen tussen de Code en de huidige stand van zaken aangaande borstvoeding in Nederland, waarbij waar mogelijk de rol van de verschillende organisaties uit de doeken wordt gedaan. Door het zichtbaar maken van deze verhoudingen en een analyse van de succesvolle en niet-succesvolle strategieën, kan het werk dat IBFAN doet effectiever worden ingericht. De studie in Nederland zal ook duidelijkheid creëren over de plaats van de Code in de bescherming van borstvoeding in Nederland. Deze informatie kan door Wemos en andere NGO’s gebruikt worden in hun lobby voor de bescherming van borstvoeding wereldwijd, die onder andere gericht is op de Nederlandse overheid.

Naleving WHO-code

IBFAN, het internationale netwerk waarvan Wemos lid is, volgt de naleving van de WHO-code nauwkeurig. Iedere twee à drie jaar brengt IBFAN een rapport uit met een overzicht van alle overtredingen. Deze rapportage wordt gebruikt om de lobby te versterken, zodat meer landen de WHO-code vastleggen in nationale wetgeving.

IBFAN doet wereldwijd veel onderzoek naar de naleving van de WHO-code. Overtredingen van de WHO-code worden gerapporteerd en gemeld bij overheden. Iedere twee à drie jaar brengt IBFAN een rapport uit met een overzicht van alle overtredingen. Het netwerk gebruikt deze rapportage om de lobby te versterken, vooral tijdens de World Health Assembly (WHA), in de hoop dat meer landen de WHO-code vastleggen in nationale wetgeving.

In mei 2001 verscheen het nieuwste IBFAN-rapport: Breaking the Rules 2001. Op vele fronten wordt de WHO-code flink overtreden. Er wordt veel reclame gemaakt:
  • in de zorgverlening
  • direct gericht op ouders
  • op het internet
  • in winkels en apotheken
  • in tijdschriften, folders en boekjes
  • op etiketten van babyvoeding.
Het rapport geeft een uitgebreid overzicht van de overtredingen per bedrijf.

Het onderzoek van IBFAN is gebaseerd op interviews met zorgverleners in zorginstellingen, met moeders en met winkeleigenaren, en op analyse van voorlichtingsmaterialen, advertenties en etiketten. IBFAN ontwikkelde een aantal standaardmaterialen voor groepen die onderzoek willen doen: een handleiding, een set van vijf formulieren en een database. De materialen zijn in veel talen vertaald en aangepast aan de nationale situatie. Met behulp van de handleiding en een training voor onderzoekers, is het mogelijk om een gestandaardiseerd onderzoek uit te voeren. Het is ook mogelijk de formulieren op individuele basis te gebruiken.



Laatst gewijzigd: 2 december 2009




Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief per e-mail
Aanmelden


Volg Wemos