GEZOND VERSTAND

Schot in dossier onethisch testen

Het Europese Medicijnen Agentschap (EMEA) laat weten beter te willen toezien op de naleving van ethische richtlijnen bij klinisch geneesmiddelenonderzoek buiten de Europese Unie. Een lobbysucces, aldus Wemos. Maar druk op de ketel blijft nodig.


Jongetje in Bangladesh.

Op 5 februari jl. verschijnt een onderzoeksrapport van het Indiase Centre for Studies in Ethics and Rights dat opnieuw aantoont dat verschillende farmaceutische bedrijven de ethische regels aan hun laars lappen. Mensen in ontwikkelingslanden lopen nog steeds gezondheidsrisico’s omdat farmaceutische bedrijven medicijnen voor de Westerse markt op hen uitproberen, concludeert Wemos, samen met Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) opdrachtgever van het onderzoek.

Gelijktijdig met het rapport lanceert een wereldwijde coalitie van gezondheidsorganisaties en wetenschappers onder leiding van Wemos de campagne FairDrugs.org. In de bijbehorende Call for Ethical Clinical Trials in Developing Countries roept ze beleidsmakers, wetgevers en farmaceutische bedrijven op de rechten van proefpersonen in ontwikkelingslanden te eerbiedigen. De komende tijd wil de coalitie zoveel mogelijk steunbetuigingen verzamelen. Ook laat Wemos brieven bezorgen bij alle ministers van volksgezondheid in Europa. Hen wordt gevraagd om zeker te stellen dat de registratieautoriteit in hun land medicijnen die zijn getest in ontwikkelingslanden onderwerpt aan een gedegen ethische toetsing.

In Nederland besteden Trouw, VPRO, LLiNK en de vakpers aandacht aan het rapport en de campagne. Ook uit Zwitserland, Zweden, Engeland en India komen interviewverzoeken. Tweede Kamerleden bevragen de ministers Klink (Volksgezondheid) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking). Europarlementariër Dorette Corbey stelt vragen in Brussel.

Halverwege februari laat EMEA weten nu écht beter te willen letten op ethiek bij de toelating van geneesmiddelen die buiten Europa zijn getest. Het agentschap wil onder andere aan de slag met de praktische toepassing van internationale ethische richtlijnen, zoals de Verklaring van Helsinki, en dan met name in ontwikkelingslanden. Een positieve ontwikkeling, vindt Annelies den Boer (Wemos): ‘Sinds 2006 uiten we onze zorgen over het feit dat steeds meer medicijnen worden getest op mensen in ontwikkelingslanden, en hebben we gevraagd om grondige ethische toetsing alvorens een marktvergunning toe te kennen. EMEA geeft aan dit nu echt te gaan doen.’

‘Wij zijn nu vooral benieuwd hoe EMEA de praktische toepassing van internationale ethische richtlijnen vormgeeft. We hopen dat de laatste versie van de Verklaring van Helsinki als uitgangspunt dient en dat EMEA deskundigen uit ontwikkelingslanden om advies zal vragen. Wij hebben zelf al een start gemaakt door de hete hangijzers uit de Verklaring van Helsinki, zoals placebo-gecontroleerd geneesmiddelenonderzoek en het recht op behandeling na beëindiging van een test, in kaart te brengen. De komende tijd gaan we daarmee verder, samen met onze partnerorganisaties in India en Latijns-Amerika.’

Den Boer wijst erop dat ook de registratieautoriteiten in de Europese lidstaten, zoals in Nederland het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, in actie moeten komen. Den Boer: ‘Politieke steun is nodig, zowel op Europees niveau als binnen de lidstaten, om de door EMEA voorgestelde stappen te implementeren. Wij zien een rol voor onszelf om die steun te mobiliseren en momentum te creëren, bijvoorbeeld met de campagne FairDrugs.org.’

Lees het Indiase onderzoeksrapport.

Lees de plannen van EMEA.

Bekijk de publicaties in binnen- en buitenland.

Lees en teken de Call for Ethical Clinical Trials in Developing Countries.

28 april 2009



Laatst gewijzigd: 8 december 2009




Nieuwsbrief

Ontvang onze nieuwsbrief per e-mail
Aanmelden


Volg Wemos