Een blik op 35 jaar Wemos

Corinne Hinlopen

 

Gezondheid is politiek. Onder dat motto zag Wemos 35 jaar geleden het licht. De organisatie werd opgericht door enkele bewogen tropenartsen die het uitzenden van Nederlandse dokters naar ontwikkelingslanden geen structurele oplossing vonden voor de gezondheidsproblemen daar. En wat er in de tussentijd ook allemaal veranderd mag zijn: gezondheid is nog steeds politiek en daar maakt Wemos nog steeds haar dagelijkse werk van, maar dan vooral in de nationale en Europese politieke arena.

Wemos richt zich niet langer alleen op ontwikkelingssamenwerking of beleidsveranderingen in lage- en middeninkomenslanden. De vraag die Wemos nu stelt is wat overheden in rijke landen kunnen doen of laten om gezondheid wereldwijd te bevorderen. De verbondenheid tussen wereldburgers uit zich immers op veel manieren die met gezondheid te maken hebben. Denk bijvoorbeeld aan epidemieën, antibioticaresistentie, duurzaam zorgpersoneelsbeleid, hormoonverstorende stoffen en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

 

Die globale dimensie betekent dat we moeten zoeken naar oplossingen op internationaal niveau. Ieder afzonderlijk land draagt daaraan zijn steentje bij – dit is hét uitgangspunt van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, waarover wij eerder schreven (NPHF Nieuwsbrief 199). Dat besef van gedeelde mondiale verantwoordelijkheid vormt een van de pijlers van het werk van Wemos. Wemos legt de link tussen wat wij hier in Nederland doen of nalaten, en de effecten die dat elders heeft. Laat mij een paar voorbeelden noemen.

 

Voorkomen is beter dan genezen

De ebola-uitbraak maakte opnieuw duidelijk dat infectieziekten vrij spel hebben wanneer er onvoldoende en ongekwalificeerd zorgpersoneel beschikbaar is. Nederland heeft vijftig miljoen euro uitgegeven om de crisis te helpen bestrijden. Dat is mooi, maar beter was het geweest als onze overheid en de overheden in andere rijke landen, de crisis hadden helpen voorkomen. Dat kan door financiële en technische steun aan zwakke gezondheidssystemen. Of door nooit zorgpersoneel uit landen met een tekort te werven. Veel van de (toch al weinige) verpleegkundigen en artsen uit Sierra Leone werken in het Verenigd Koninkrijk. Die situatie strookt niet met afspraken en voorzorgsmaatregelen uit de WHO Gedragscode voor Internationale Recrutering van Zorgpersoneel. Bij Wemos volgen we de naleving van de Code op de voet. Mede daarom volgen wij ook de ontwikkelingen in het Nederlandse zorgpersoneelsbeleid.

 

Een zorgwekkende ontwikkeling daarin is dat in onze langdurige zorg aan huis steeds meer goedkope verpleegkundigen en verzorgenden uit Centraal- en Oost-Europa werkzaam zijn. Wij lossen daarmee ons nationale probleem op, maar wat doet dat met de zorg in de landen van herkomst? Met die bezorgdheid in het achterhoofd waren wij bijvoorbeeld dit voorjaar aanwezig bij de Commissievergadering Zorg en Welzijn van de gemeente Amsterdam, toen daar een voorstel op tafel lag om actief mensen uit Centraal- en Oost-Europa te werven als ‘zorgbuddys’.

 

Een heel mooie ontwikkeling daarentegen zijn de inspanningen van de Commissies Kaljouw en Kervezee. Zij buigen zich over de vraag welke zorgverleners Nederland in de toekomst nodig heeft en welke opleidingen wij daarvoor moeten inrichten. De manier waarop dit gebeurt is behoorlijk uniek. Wemos is nu in overleg met Zorginstituut Nederland om dit internationaal voor het voetlicht te brengen.

 

Den Haag en Brussel

Een ander voorbeeld van Wemos’ werk is schadelijke stoffen in onze leef-, woon- en zorgomgeving. Er is toenemend bewijs dat bisfenol A (BPA), weekmakers en andere hormoonverstorende stoffen de gezondheid bedreigen. Deze stoffen zitten onder meer in medische hulpmiddelen zoals infusen, dialyse- en beademingsapparatuur. In een artikel in Medisch Contact van 19 mei jl. riep Wemos, samen met enkele medeauteurs, artsen op om actief op te treden voor veilige medische hulpmiddelen. Minister Schippers heeft inmiddels maatregelen aangekondigd om blootstelling aan BPA terug te dringen, vooral voor (ongeboren) baby’s, jonge kinderen en adolescenten.

 

Ook in Brussel laat Wemos van zich horen. Daar is begin juni een nieuw wetsvoorstel gesmeed voor gifvrije medische hulpmiddelen, met het doel om schadelijke stoffen in die hulpmiddelen uit te faseren als er veilige en haalbare alternatieven voorhanden zijn. Daar wordt iedereen beter van, niet alleen Nederlanders.

 

Divers

Wemos beweegt zich op nationaal, regionaal en internationaal beleidsniveau en in verschillende sectoren. Immers: tachtig procent van de gezondheidswinst is te behalen buiten de zorgsector. We werken altijd samen met andere maatschappelijke organisaties, wetenschappers en het bedrijfsleven. En natuurlijk met politici en beleidsmakers, in Den Haag, Brussel, Genève of waar dit maar nodig is. Want gezondheid is en blijft politiek.

 

Deze blog verscheen oorspronkelijk op 30 augustus 2016 in Nieuwsbrief 202 van NPHF, Federatie voor Gezondheid.

Recente Blog items

Waarom de gedragscode VIG gezondheid niet voorop stelt

30-07-2020

Robin Veenman (voormalig onderzoeksstagiaire bij Wemos en Farma ter Verantwoording en masterstudente Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam)

Begin dit jaar publiceerde de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), de Nederlandse belangenvereniging van de farmaceutische industrie, haar nieuwe gedragscode. Maar ondanks dat hoge medicijnprijzen een actueel en urgent maatschappelijk probleem zijn, bevat de gedragscode geen enkele vermelding van het prijsbeleid van de farmaceutische industrie. Voor mijn onderzoek bij Wemos en Farma ter Verantwoording kwam ik tot de conclusie dat de gedragscode dan ook een symptoom is van een neoliberaal systeem binnen deze industrie, waarin winstmaximalisatie – en niet de volksgezondheid – voorop staat.

Lees verder

Gezondheidszorg: een vitaal beroep

03-04-2020

Human resources for Health-team

Het is opvallend wat een crisis zoals de COVID-19-uitbraak teweeg kan brengen. Vijf jaar geleden zagen we dat vanwege bezuinigingen de financiering voor langdurige zorg, thuiszorg en jeugdzorg in Nederland ernstig beperkt werd. Veel zorgorganisaties gingen failliet en 80.000 zorgverleners verloren hun baan. En toen de economie eenmaal weer begon te bloeien en werd er budget vrijgemaakt om het aantal zorgmedewerkers uit te breiden.

Lees verder