FENSA: zegen of vloek?

Mariska Meurs

Voor veel ngo’s was het een teleurstelling, maar onder de lidstaten van de WHO overheerste de opluchting: na vijf jaar onderhandelen werd tijdens de 69e World Health Assembly eindelijk het Framework of Engagement with non-State actors (FENSA) aangenomen. FENSA baart me zorgen, want commerciële partijen krijgen nu meer kans om besluitvorming over internationale gezondheid in hun eigen voordeel te beïnvloeden. Maar de uitvoering van FENSA biedt ook kansen voor Wemos en partners om de beloofde transparantie en management van belangenverstrengeling scherp in de gaten te houden.

FENSA vervangt bestaand WHO-beleid voor het aangaan van relaties (‘official relations’) met ngo’s en de richtlijnen voor samenwerking met commerciële bedrijven. Samen met bondgenoten heeft Wemos de afgelopen jaren lobby gevoerd voor verbeteringen in het raamwerk. Dat is gedeeltelijk gelukt. Bijvoorbeeld detachering van medewerkers vanuit de private sector is van de baan. Maar een kromme definitie van belangenverstrengeling hebben we niet kunnen voorkomen. Waarschijnlijk omdat deze direct raakt aan de reden waarom de WHO dit raamwerk zo hard nodig heeft: meer geld. De definitie gaat namelijk compleet voorbij aan de institutionele belangenverstrengeling binnen de WHO zelf: dat ze afhankelijk is van partijen die andere doelen nastreven dan zijzelf.

 

Voor welk doel?

Het bedrijfsleven heeft doelstellingen die vaak haaks staan op die van de WHO, en dus van publieke gezondheid. Filantropische instellingen streven wel – deels – dezelfde doelen na als de WHO, maar ze komen niet democratisch tot stand. In veel gevallen wordt er weinig of geen verantwoording afgelegd.

 

In de huidige regeling kunnen zowel filantropische instellingen als vertegenwoordigers van het bedrijfsleven de ‘official relations’-status krijgen. Dat betekent dat zij met de WHO kunnen samenwerken en toegang krijgen tot de bijeenkomsten van de bestuursorganen van de WHO: de Executive Board meetings en de World Health Assembly. Met het aannemen van FENSA bestendigen de WHO-lidstaten dus een al eerder ingezette trend van toenemende invloed van private partijen ten opzichte van overheden en intergouvernementele organisaties.

 

Geld regeert

Wemos wees al eerder op de nijpende financiële situatie van de WHO. De vaste bijdragen (de zogenaamde ‘assessed contributions’) van de lidstaten zijn al jaren bevroren en staan in geen verhouding tot de vrijwillige bijdragen. Het verschil tussen deze twee soorten bijdragen is dat de eerste niet is geoormerkt en door WHO vrij besteed kan worden. Dit in tegenstelling tot het overgrote deel van de vrijwillige bijdragen. Deze zijn wel geoormerkt en moeten aan specifieke programma’s worden besteed, al naar gelang de voorkeur van de financier.

 

De lidstaten zelf oormerken een steeds groter deel van hun bijdrage aan de WHO. Bill and Melinda Gates Foundation is de op één na grootste financier van de WHO. De Foundation kent haar fondsen toe aan specifieke programma’s – net als de meeste filantropen – en heeft daarmee een grote invloed op wat de WHO wel of niet kan doen. Heel zorgwekkend, hoe je het ook bekijkt.

 

Transparantie

Dit alles gezegd, moet ik toegeven dat FENSA ook lichtpuntjes heeft, bijvoorbeeld de strenge eisen aan transparantie. Maar om FENSA goed door te voeren en ongepaste invloed van private partijen te voorkomen, heeft de WHO werk aan de winkel. Er is voldoende menskracht en geld voor nodig. Medewerkers moeten getraind worden zodat ze weten hoe met belangenverstrengeling om te gaan en de vereisten op transparantie vragen van de WHO een kluit geld. Niet minder belangrijk: ook de stem van maatschappelijke organisaties moet meer gehoord worden, al hebben deze geen kapitalen om in de WHO te investeren. FENSA kan een raamwerk bieden voor brede consultaties waaraan juist de kleinere ngo’s deel kunnen nemen.

 

Wemos blijft het proces bewaken. De volgende World Health Assembly in mei 2017 wordt de eerste toetssteen: dan nemen de lidstaten de vorderingen van FENSA onder de loep. Een tussenrapportage krijgen we al in januari tijdens de vergadering van de Executive Board. Een evaluatie is gepland voor 2019.

 

De hoop van de WHO en de lidstaten is dat FENSA meer geld oplevert, maar ze mogen niet vergeten dat goede uitvoering ze ook geld gaat kosten. Een duurzame oplossing voor de financiële houdgreep van de WHO is FENSA zeker niet. Die oplossing is in handen van de lidstaten: alleen zij kunnen beslissen om meer niet-geoormerkt geld aan de WHO te geven. Dan hebben álle – en niet alleen vermogende – lidstaten een stem in de WHO en kan deze over haar eigen koers beslissen. De WHO laten we toch niet in de handen van rijke lidstaten en filantropen?

Recente Blog items

‘Blended finance’ in de gezondheidszorg: draagt het bij tot billijke toegang tot gezondheidsdiensten?

31-01-2023

Door Marco Angelo  (global health advocate bij Wemos)

 

De laatste jaren groeit de belangstelling voor het inzetten van ‘blended finance’ om de toegang tot gezondheidszorg te verbeteren. Blended finance is een financiële constructie waarbij publieke middelen worden gecombineerd met particuliere investeringen om meer middelen voor duurzame ontwikkelingsprogramma’s te genereren. Het aantrekken van particuliere investeerders in ontwikkelingsfinanciering kan echter leiden tot onrechtvaardige resultaten. In dit artikel belichten we de gevolgen van blended finance voor gezondheidszorg en benadrukken we het belang van het waarborgen van eerlijke toegang.

 

Lees verder

Drie manieren om duurzame financiering voor gezondheidsbescherming te realiseren

01-06-2022

Door Mariëlle Bemelmans (directeur bij Wemos) en Myria Koutsoumpa (global health advocate bij Wemos)

Bij Wemos vinden we dat systeemverandering een effectievere manier is om health equity (eerlijke toegang tot zorg voor iedereen) te bereiken dan het aanpakken van de individuele elementen van gezondheidssystemen. We waren dan ook verheugd met de uitnodiging van de Belgische ontwikkelingsorganisatie Enabel – die zich richt op (onder andere) het versterken van gezondheidssystemen – om te spreken op de ‘International conference on social health protection’ in Niamey, Niger (10-13 mei). We deelden onze visie over duurzame financiering voor gezondheid en sociale bescherming met vertegenwoordigers uit tien Afrikaanse landen, bi- en multilaterale instellingen, academische instellingen en maatschappelijke organisaties.

Lees verder
nl_NLDutch