Heerlijk helder

Corinne Hinlopen

Er is reuring in global health-kringen. Het Global Fund (voluit: the Global Fund to fight AIDS, Tuberculosis and Malaria) en Heineken hebben een overeenkomst gesloten: Heinekens bevoorradingsexperts gaan samenwerken met de logistieke planners van het Global Fund. Daardoor kunnen hiv-medicijnen sneller en in betere conditie afgeleverd worden op de plekken waar ze nodig zijn, inclusief de zogenaamde ‘last mile’: de plekken in lage- en middeninkomenslanden die moeilijk bereikbaar zijn. 

Klinkt goed. Het Nederlandse biermerk komt waarschijnlijk toch al overal, dus gebruik maken van hun infrastructuur klinkt als een voor de hand liggende oplossing voor serieuze en hardnekkige logistieke problemen.

 

Logistieke uitdagingen

Toch is er grote oppositie. IOGT International, Global Alcohol Policy Alliance (GAPA) en de NCD Alliance, wereldwijde netwerken van maatschappelijke organisaties die samen strijden tegen niet-overdraagbare ziekten en de schadelijke gevolgen van alcohol, heeft een open brief aan het Global Fund gestuurd waarin zij ‘er respectvol op aandringen om dit partnerschap onmiddellijk te beëindigen’. Daarbij wijzen zij onder andere op alcoholgebruik als risicofactor voor hiv, aids en tuberculose, en op de evidente belangenverstrengeling: Heineken zal profiteren van de positieve uitstraling van dit partnerschap en de aandacht wordt afgeleid van de problemen van alcoholmisbruik en van hun lobby-inspanningen tegen effectief alcoholbeleid.

 

Wemos sluit zich aan bij dit standpunt. Wij zien natuurlijk de meerwaarde van goedlopende bestaande logistieke kanalen, en wij zijn op de hoogte van de grote problemen in de publieke distributiekanalen in lage- en middeninkomenslanden. Maar partnerschappen met private partijen kennen behalve voordelen ook zorgelijke valkuilen.

 

Valkuilen

Een risico is bijvoorbeeld dat de private partijen in kwestie door de samenwerking hun naamsbekendheid en imago zien verbeteren, wat zich vertaalt in een toename van hun verkoopcijfers. Daarom moet van tevoren een inschatting gemaakt worden of dit wel of niet wenselijk is, en of dit niet meer kapot maakt dan je lief is. Voor een product als bier gaat het sein dan al snel op rood: dat moet je niet willen.

Een ander reëel risico is dat deze partnerschappen werken aan het optuigen van parallelle systemen, die de rol en verantwoordelijkheid van lokale overheden ondermijnen. Vaak gaat dit gepaard met extra budget of personeel dat worden aangewend voor de nieuwe systemen, maar dat onttrokken wordt aan de lokale systemen. Dit ondergraaft de effectiviteit van de lokale overheid en vermindert het vertrouwen van de bevolking in hun overheid. Ook dat moet je niet willen.

 

Wemos vindt dat het Global Fund en diens mogelijke partnerschappen dienen te investeren in de ontwikkeling van de logistieke organisatie binnen het gezondheidssysteem van de ontvangende landen, niet parallel daaraan en niet in samenwerking met een partij die tevens bier bezorgt. De National Medical Stores en bestaande bevoorradingsketens zouden het belangrijkste leveringskanaal moeten zijn (of worden), hoe zwak en lek die ook (nog) zijn in veel landen. Het Global Fund heeft in veel landen al veel geïnvesteerd in het verbeteren van die systemen, dus de ervaring is er.

 

Niemand blijft achter

Van investeringen in de brede bevoorradingsketen profiteren niet alleen hiv/aids-, malaria- en tuberculosepatiënten, maar álle bevolkingsgroepen. Vrouwen en mannen die aan gezinsplanning willen doen en condooms nodig hebben. Kinderen die wachten op hun vaccinaties. Mensen met diarree die ORS nodig hebben. Verloskundigen die steriele handschoenen willen gebruiken voor veilige bevallingen.

 

Noorwegen, een van de top tien grootste landendonoren aan het Global Fund, heeft al laten weten dit type partnerschap met een bierbrouwer niet te kunnen ondersteunen. Ook Nederland is een belangrijke donor, en bovendien hebben wij zitting in het bestuur van het Global Fund. Gaat onze overheid daar eenzelfde signaal afgeven als Noorwegen? En een alternatief zoeken voor Heineken, zodat mensen met hiv, aids, tuberculose, malaria én andere aandoeningen de zorg krijgen die ze nodig hebben? Dat zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan goede en betrouwbare overheidsdiensten. Een heldere boodschap, die ons heerlijk in de oren zou klinken.

 

Recente Blog items

Waarom Afrikaanse artsen in spe lobbyisten moeten worden

03-01-2018

Renée de Jong

 

Volgens schattingen loopt het tekort aan zorgprofessionals wereldwijd op tot 18 miljoen in 2030, met name in lage- en middeninkomenslanden. Maar veel Afrikaanse artsen in opleiding twijfelen of ze na hun studie überhaupt in de publieke gezondheidssector willen en kunnen werken. Dit is allesbehalve verrassend, als je kijkt naar de huidige problemen in het gezondheidssysteem waarmee Afrikaanse artsen geconfronteerd worden.

Lees verder