International Health Regulations: implicaties voor het zorgsysteem in Oeganda

Danny Gotto

Mijn meest recente bezoek aan Genève, Zwitserland, dat in het teken stond van de 69e World Health Assembly en mogelijk was gemaakt door Wemos, deed mijn ogen openen. In een korte tijd heb ik geleerd hoe het mondiale gezondheidssysteem, met actoren die de Global Health Agenda bepalen, in elkaar steekt. Ook heb ik inzicht gekregen in de implicaties hiervan voor mijn eigen situatie, als inwoner van een ontwikkelingsland zoals Oeganda. Ik wil het nu hebben over een interessant onderwerp binnen de global health agenda: de Internationale Gezondheidsregeling (International Health Regulations, IHR).

De IHR zijn een internationaal juridisch raamwerk dat landen moet helpen in hun samenwerking om levens en bestaansmiddelen te redden die bedreigd worden door de internationale verspreiding van ziektes en andere gezondheidsrisico’s. Negen jaar geleden zijn ze in werking getreden, en sindsdien fungeren ze als leidraad voor landen als het gaat om preventie, indamming van en bescherming tegen de internationale verspreiding van ziektes. Dit alles zonder het internationale verkeer en de handel onnodig te verstoren.

 

Ebola en andere epidemieën
De IHR waren bedoeld als maatregelen om het alarmerings- en responssysteem voor mondiale uitbraken te ondersteunen, en landen te verplichten het nationale toezicht en de meldingsmechanismen bij gezondheidscalamiteiten te verbeteren. Verder moesten het nationaal toezicht en de responscapaciteiten versterkt worden. De IHR hadden een centrale rol kunnen spelen in het veilig stellen van de publieke gezondheid als deze doelen bereikt waren geweest. Echter, de recente ebola-uitbraak in West-Afrika en eerdere soortgelijke noodsituaties in Oeganda hebben duidelijk aangetoond dat de IHR in gebreke bleven.

 

In het recente verleden heeft Oeganda, net zoals West-Afrika, vaak te maken gehad met episodische epidemieën zoals cholera, marburg, ebola, en geelzucht. Hoewel deze epidemieën hier enigszins sneller ingedamd konden worden dan in West-Afrika, hebben ze laten zien dat ze altijd onverwachts kunnen terugkeren en vooral de meest kwetsbaren onder de bevolking van het leven beroven.

 

Door de episodische aard van de epidemieën heeft Oeganda wel de interne capaciteit ontwikkeld om deze aan te pakken. Zo is er de Oeganda Public Health Emergency Operation Center, een coördinerend orgaan dat in 2007 opgericht is. Het houdt toezicht op de coördinatie en planning in situaties zoals het begin van de ebola-uitbraak, toen de wereld – en vooral de WHO – overduidelijk hebben gefaald in het tonen van leiderschap en effectieve coördinatie. Aan het begin van de epidemie in Liberia is een aantal Oegandese zorgwerkers om het leven gekomen.

 

Tekortkomingen van het zorgsysteem
Dit systeem heeft echter gebreken, vooral in vergelijking met de best practices uit westerse landen. Voorbeeld: het Oegandese zorgsysteem is een van de minst gefinancierde in Afrika, slechts 4 procent van het jaarlijkse budget wordt gespendeerd aan gezondheid. De arts-patiëntverhouding is 1:25.000, terwijl de verpleegster-patiëntverhouding 1:11.000 is (de WHO-standaard is 1:439). Slechts 23 procent van de bevolking woont binnen een straal van 5km van een functionerende zorgfaciliteit. Zoals andere ontwikkelingslanden heeft Oeganda te kampen gehad met brain drain en is het merendeel van het goedgeschoolde zorgpersoneel geëmigreerd naar landen waar de salarissen beter zijn. Het is daarom vergezocht om in een niet-functionerend zorgsysteem zoals dat van Oeganda te verwachten dat het land adequaat is voorbereid op epidemieën – een vereiste binnen de IHR.

 

Uitdagingen voor global health security
Uit de meest recente Global Health Security Assessment (2007) is gebleken dat er sprake is van grote gebreken in Oeganda’s paraatheidsniveau bij noodsituaties. Er was onvoldoende financiering en personeel, en beperkte toezicht. Ook werd duidelijk dat er uitdagingen waren op het gebied van informatie- en datasystemen en laboratoriumcapaciteiten.

 

Dit is een duidelijke veroordeling van hen die internationale raamwerken zoals de IHR ontwerpen, vooral omdat deze niets betekenen voor de armen die proberen te overleven in ontwikkelingslanden met slechte zorgvoorzieningen.

 

Als vertegenwoordiger van een grassroots-organisatie in Oeganda juichte ik het nieuwe Health Emergencies Programma toe, dat autoriteit en verantwoording in één hand legt. Echter, het feit dat het nodig is om incompetentie en gebrek aan verantwoording in noodsituaties te omzeilen – vooral in het geval van het regionale WHO-kantoor voor Afrika – benadrukt het belang van versterking van regionale en nationale capaciteiten tijdens dergelijke situaties.

 

Behoeften van ontwikkelingslanden
De lessen van West-Afrika legden een duidelijke tekortkoming van de zorgsystemen in Liberia, Sierra Leone en Guinea bloot. Het is daarom een illusie om te verwachten dat Afrika, en Oeganda vooral, verplichtingen zal kunnen nakomen zoals die vastgelegd zijn in de IHR, en met het huidige zwakke zorgsysteem toekomstige noodsituaties zal kunnen aanpakken.

 

Er is behoefte aan een gericht en consistent plan dat het land en de internationale gemeenschap in staat stelt om samen te werken en om te gaan met de existentiële dreiging van toekomstige mondiale epidemieën. Er moet dus goedgetraind zorgpersoneel voor noodsituaties komen, en capaciteitsopbouw voor noodsituaties moet vooropgesteld worden in de IHR. Dit betekent ook dat er voldoende internationale financiering moet zijn voor epidemieën (door bijvoorbeeld de WHO Contingency Fund for Emergency te operationaliseren), evenals betere communicatie en betrokkenheid met de lokale gemeenschap.

 

Maar de belangrijkste verandering – vooral in ontwikkelingslanden – is de volledige hervorming van zorgsystemen. Noodsituaties zijn geen gebeurtenissen die op zichzelf staan. Het is daarom alleen zinvol deze aan te pakken met het lokale zorgsysteem als uitgangspunt.

 

Lees hier meer over de implementatie van de IHR in Nederland

Recente Blog items

‘Blended finance’ in de gezondheidszorg: draagt het bij tot billijke toegang tot gezondheidsdiensten?

31-01-2023

Door Marco Angelo  (global health advocate bij Wemos)

 

De laatste jaren groeit de belangstelling voor het inzetten van ‘blended finance’ om de toegang tot gezondheidszorg te verbeteren. Blended finance is een financiële constructie waarbij publieke middelen worden gecombineerd met particuliere investeringen om meer middelen voor duurzame ontwikkelingsprogramma’s te genereren. Het aantrekken van particuliere investeerders in ontwikkelingsfinanciering kan echter leiden tot onrechtvaardige resultaten. In dit artikel belichten we de gevolgen van blended finance voor gezondheidszorg en benadrukken we het belang van het waarborgen van eerlijke toegang.

 

Lees verder

Drie manieren om duurzame financiering voor gezondheidsbescherming te realiseren

01-06-2022

Door Mariëlle Bemelmans (directeur bij Wemos) en Myria Koutsoumpa (global health advocate bij Wemos)

Bij Wemos vinden we dat systeemverandering een effectievere manier is om health equity (eerlijke toegang tot zorg voor iedereen) te bereiken dan het aanpakken van de individuele elementen van gezondheidssystemen. We waren dan ook verheugd met de uitnodiging van de Belgische ontwikkelingsorganisatie Enabel – die zich richt op (onder andere) het versterken van gezondheidssystemen – om te spreken op de ‘International conference on social health protection’ in Niamey, Niger (10-13 mei). We deelden onze visie over duurzame financiering voor gezondheid en sociale bescherming met vertegenwoordigers uit tien Afrikaanse landen, bi- en multilaterale instellingen, academische instellingen en maatschappelijke organisaties.

Lees verder
nl_NLDutch