CORINNE HINLOPEN

Beleidsonderzoeker mondiale gezondheid

 

Corinne verdiept zich in onderwerpen als gezondheidssystemen, zorgpersoneel, migratie en mobiliteit van zorgverleners en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Haar werkzaamheden concentreren zich momenteel vooral in het AHEAD-partnerschap (gefinancierd door de Europese Commissie) en Pillars of Health (gefinancierd door Open Society Foundations).

Door haar werkervaring brengt zij veel kennis mee van niet-overdraagbare ziekten (hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, overgewicht) en van voedings- en voedselvraagstukken. Zij kent ook de Nederlandse openbare gezondheidszorg goed, waardoor zij verbanden ziet tussen datgene wat wij hier (in Nederland en Europa) doen en de effecten die dat heeft op de gezondheidsstelsels in lage- en middeninkomenslanden – en andersom.

 

Corinne studeerde Sociologie aan de Landbouwhogeschool Wageningen met specialisaties in Voorlichting en Public Health. Na haar afstuderen werkte ze achtereenvolgens in Niger, Ecuador, Bangladesh en Italië. Terug in Nederland behaalde zij in 2001 haar Master’s in Public Health aan de NSPH (nu NSPOH). Hierna werkte ze enkele jaren voor GGD, het Voedingscentrum, de Hartstichting en KWF Kankerbestrijding.

“Gezondheid en rijkdom zijn wereldwijd ongelooflijk ongelijk verdeeld. Dit is onacceptabel, vooral in deze tijd waarin we ons hebben gecommitteerd aan de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en hebben toegezegd niemand achter te laten. We hebben het geld en de middelen om onze gezamenlijke Health for All-belofte waar te maken, maar het geld stroomt niet vanzelf naar het laagste punt waar het het meest nodig is. In plaats daarvan blijft het op plaatsen waar het vaak de reeds bestaande ongelijkheden verergert.

 

Dit is bijvoorbeeld duidelijk als het gaat om zorgpersoneel (Human Resources for Health). Rijkere landen hebben meer geld om zorgpersoneel en maatschappelijk werkers op te leiden en in dienst te nemen dan armere landen. Ze bieden ook hogere lonen en betere werkomstandigheden dan zorginstellingen in die landen. We zien duidelijk een toenemende mobiliteit van zorgpersoneel in en tussen landen, waarbij de rijkere regio’s uiteindelijk de meeste zorgverleners hebben, ten koste van armere regio’s, die wél publiek geld hebben geïnvesteerd in de opleiding van die zorgverleners. Dit is niet slechts een logisch gevolg van de vrije interne arbeidsmarkt. Het illustreert ook het gebrek aan inspanning van ontvangende landen om in de opleiding van eigen zorgverleners te investeren en hun gebrek aan begrip voor de situatie in de bronlanden. Dit strookt niet echt met het idee van gedeelde welvaart in de Europese Unie.

 

Wemos pakt deze problemen aan door naar onderliggende oorzaken te kijken en door alternatieve beleidsopties voor te stellen die bestaande ongelijkheden helpen verminderen. Deze alternatieve opties raken het Nederlandse beleid, bijvoorbeeld van het ministerie van Volksgezondheid en van Ontwikkelingssamenwerking. Dat klinkt misschien abstract, maar sleutelen aan beleid voor duurzame, systemische verbeteringen geeft veel voldoening. Werken aan het versterken van systemen voor betere gezondheid en gezondheidszorg is nogal een niche in de wereld van ontwikkelingssamenwerking, en Wemos slaagt er al 40 jaar in om een gerespecteerde partner te zijn door middel van doorzettingsvermogen en toewijding. Ik ben er trots op om bij te dragen aan dit werk!”