MARISKA MEURS

Pleitbezorger mondiale gezondheid

 

Mariska richt zich vooral op de thema’s financiering en internationaal bestuur voor gezondheid. Zij is als pleitbezorger betrokken bij beleidsbeïnvloeding op nationaal en internationaal niveau en werkt binnen het Health Systems Advocacy Partnership.

Door haar werkervaring binnen en buiten Wemos heeft zij expertise op verschillende mondiale gezondheidsonderwerpen, waaronder economisch beleid en gezondheid, voeding, de rol van de WHO, zorgverzekeringen, en op het vlak van programmamanagement, planning en monitoring. Vanuit haar samenwerking met partnerorganisaties en netwerken heeft ze actief bijgedragen aan de oprichting van de Geneva Global Health Hub in mei 2016: een platform om gezamenlijke lobby vanuit maatschappelijke organisaties te faciliteren.

 

Mariska Meurs studeerde Sociale Geografie van Ontwikkelingslanden aan de Universiteit Utrecht. Ze volgde trainingen in het faciliteren van groepen, budget advocacy en Leidinggeven aan Professionals (De Baak). Voorheen werkte Mariska bij de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied van de Verenigde Naties (VN) in Chili en op het VN-hoofdkantoor in New York.

“Onrechtvaardigheid is iets dat me echt raakt. De verdeling van kansen en welvaart op wereldwijde schaal is ontzettend scheef. Miljoenen mensen hebben gaan steeds geen toegang tot de meest primaire gezondheidszorg- en voorzieningen, terwijl het geld om die diensten te verlenen er is, maar het bevindt zicht op de verkeerde plekken en is in het bezit van de verkeerde. Als die onrechtvaardigheid en grootschalige ongelijkheid niet wordt aangepakt, denk ik niet dat we de wereldwijde ambitie van ‘Health for All’ kunnen realiseren. Wemos pakt deze onderliggende onrechtvaardigheid en structurele oorzaken van gezondheidsproblemen aan en pleit voor meer democratische besluitvorming en een eerlijker beleid. Om deze reden begon ik 17 jaar geleden bij Wemos en vanuit deze overtuiging werk ik er nog steeds. Want structurele verandering ontstaat niet zomaar, maar vereist de lange adem die Wemos naleeft.”