ineke van beijnum wemos

‘Plannen voor het oplossen van tekort zorgpersoneel komen tien jaar te laat’

Elisa Veini

 

Verpleegwetenschapper Ineke van Beijnum deed als vrijwilliger bij Wemos onderzoek naar het Nederlandse beleid om voldoende zorgpersoneel te garanderen. Ik vroeg haar naar haar bevindingen.

Het onderwerp is erg actueel, want het tekort aan zorgpersoneel in Nederland groeit. Maar waarom is dit onderwerp voor Wemos zo belangrijk?

Ik begrijp goed dat je het vraagt, want Wemos richt zich vooral op het internationale beleid. Maar de kern van Wemos’ werk is het pleidooi voor toegang tot gezondheidszorg overal in de wereld. Ook in Nederland. Voor dat tekort zijn ook hier andere oplossingen nodig dan werving van zorgpersoneel uit landen die zelf met tekorten te maken hebben.

 

Waarom is die actieve werving zo zorgwekkend?

Wat er nu in sommige lage- en middeninkomenslanden gebeurt, is dat veel goed opgeleid gezondheidspersoneel geen betaald werk heeft, omdat er geen banen zijn. Of dat ze heel weinig betaald krijgen, of onder beroerde omstandigheden hun werk moeten doen. Dat maakt ze ontvankelijk voor rekrutering vanuit andere landen. Als zij vertrekken, verliest het land waardevolle kennis en deskundigheid. Wemos vindt dat nationale overheden moeten investeren in de gezondheidszorg. Daar horen ook nieuwe banen en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden bij, zodat zorgpersoneel minder geneigd zijn om te vertrekken.

 

Wat heb je in het onderzoek uitgevonden?

Ik heb gekeken welke plannen de Nederlandse overheid heeft om het personeelstekort op te lossen. Hierover is genoeg te vinden op de website van het ministerie van VWS, behoorlijk transparant dus. Verder heb ik stakeholders in kaart gebracht, zoals branche- en beroepsorganisaties, maar ook zorginkopers zoals de verzekeraars en de gemeente. Met een aantal van hen heb ik gesprekken gevoerd.

 

Actieve werving in het buitenland maakt in principe geen deel uit van de oplossingen voor het personeelstekort in de Nederlandse gezondheidszorg. De ministers en de organisaties in het veld zien meer heil in het aantrekken, optimaal inzetten én behouden van zorgprofessionals, waaronder ook mensen met een migratieachtergrond. Werving van personeel uit het buitenland gebeurt wel, maar tot nu toe op een heel kleine schaal en incidenteel. Omdat goede communicatie in de gezondheidszorg essentieel is voor de kwaliteit, is de taal een extra obstakel bij werving uit het buitenland.

 

Wat verder opviel, was dat de WHO Code op het gebied van ethisch verantwoorde internationale werving van van zorgpersoneel nog behoorlijk onbekend is in de sector, behalve bij de ziekenhuizen. Recruiters, werkgevers, inkopers en onderzoekers  van organisaties die ik sprak, hadden er wel belangstelling voor.  Tien jaar geleden werd de Europese EPSU-HOSPEEM Code getekend, waarin werknemers- en werkgeversorganisaties in de ziekenhuisbranche afspraken maakten over internationale personeelswerving binnen de EU. Niet lang daarna verscheen de WHO Code, die een wereldwijde strekking heeft, maar niet bindend is. Omdat Nederland de afgelopen jaren flink bezuinigd heeft in de zorg, was rekrutering nauwelijks aan de orde en waren de gedragscodes weinig relevant.

 

Je zegt dat actief werven van personeel uit het buitenland niet in de Nederlandse plannen staat…

Dat is bijna waar. Bij het advies om migranten in te zetten  wordt actieve internationale werving niet duidelijk uitgesloten of afgeraden. Ook in één van de adviesrapporten is er sprake van internationale werving. Het zou goed zijn als bij deze adviezen de gedragscodes tenminste worden genoemd.

 

Dus Nederland doet het goed?

Nederland doet inmiddels zijn best om aan de huidige grote vraag naar zorgpersoneel tegemoet te komen, hopelijk levert dat op termijn de gewenste resultaten. Maar op dit moment kampt de zorg met de gevolgen van de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Het tekort aan goed opgeleid zorgpersoneel in Nederland is schrijnend.

 

De plannen zijn goed doordacht. De veranderende behoefte aan zorg – bijvoorbeeld door de toename van het aantal ouderen – is in kaart gebracht. De focus ligt minder op ziekte en zorg en steeds meer op gezondheid en gedrag. Er is veel aandacht voor preventie en samenwerking, en ook de data over de arbeidsmarkt zijn transparant. De afgelopen tijd zijn er twee grote actieplannen opgesteld, afgelopen zomer voor de ouderenzorg, het andere dit voorjaar voor de hele gezondheidszorgsector. Maar deze plannen komen tien jaar te laat. Vorige kabinetten hebben juist heel erg bezuinigd, er zijn veel mensen ontslagen, en veel van deze mensen zijn niet meer werkzaam in de zorg. Daardoor groeit de druk op personeel met de dag, wat weer maakt dat veel zorgverleners afhaken en liever werk zoeken in een andere  sector. Pas sinds kort is er weer geld beschikbaar voor nieuw personeel, vooral in de ouderenzorg, en daardoor groeit het aantal vacatures snel. Alleen: er zijn te weinig mensen om ze op te vullen.

 

Wat zou er moeten gebeuren?

Ik denk dat het belangrijkst is te investeren aan de basis, dus meer banen en betere arbeidsomstandigheden. Om me heen zie ik mensen die met hart en ziel in de zorg werken. Het salaris is voor de meesten zeker niet het enige wat telt. Veel zorgverleners vinden het erger dat ze onder grote druk moeten werken, dat hun diensten niet goed geregeld zijn, dat ze veel zieke collega’s moeten vervangen, en dat ze door dat allemaal niet de aandacht aan patiënten kunnen geven die ze deze zouden willen geven. Kortom, ze krijgen weinig kans om hun werk goed te doen, om er tevreden over te zijn en dat is pas echt erg.

 

Beroepsorganisaties vragen er al jaren aandacht voor. Het is duidelijk dat waar er ruimte komt voor eigen verantwoordelijkheid en een beroep wordt gedaan op samenwerking, het effect direct zichtbaar is. Mensen werken met meer plezier en veerkracht, en dat motiveert. Het is alleen nog een kunst om de projecten om te zetten in duurzame arbeidsplaatsen, zonder daarbij concessies te doen aan de kwaliteit.

 

Over motivatie gesproken: wat was jouw eigen motief om als vrijwilliger onderzoek voor Wemos te doen?

Ik werk sinds 1991 in de gezondheidszorg. Gezondheid is een enorm veelzijdig concept dat mij mateloos boeit. Gezondheid wordt bepaald door vele sociale factoren zoals opleiding, werk en geld. Rond gezondheid maken mensen persoonlijke keuzes, maar ze zijn ook afhankelijk van elkaar. In het werk van Wemos herken ik deze gedachte. Ik was nieuwsgierig naar de organisatie. Als zzp’er wil ik tijd besteden aan het verbreden van mijn blikveld en kennis maken met organisaties waar ik wel voor zou willen werken. Daarom heb ik mijzelf aangeboden voor een vrijwillige klus.

 

Lees ook: Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans werd onlangs door de Volkskrant geïnterviewd over het tekort aan zorgpersoneel in Nederland en wereldwijd

 

Lees meer over Mobiliteit van zorgpersoneel

Lees meer over Health Systems Advocacy Partnership

 

 

Recente Blog items

wha wemos 2018

De toekomst van mondiale gezondheid, toen en nu

01-06-2018

Linda Mans

Tijdens de 71e editie van de World Health Assembly (WHA) en daaraan voorafgaande bijeenkomsten van maatschappelijke organisaties vorige week stonden actuele onderwerpen centraal, zoals gezondheid en milieu, en grondoorzaken van gezondheidsongelijkheid. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de Verklaring van Alma-Ata opnieuw actueel is. Hierdoor werd deze WHA mijn reis terug naar de toekomst.

Lees verder