Waarom Afrikaanse artsen in spe lobbyisten moeten worden

Renée de Jong

 

Volgens schattingen loopt het tekort aan zorgprofessionals wereldwijd op tot 18 miljoen in 2030, met name in lage- en middeninkomenslanden. Maar veel Afrikaanse artsen in opleiding twijfelen of ze na hun studie überhaupt in de publieke gezondheidssector willen en kunnen werken. Dit is allesbehalve verrassend, als je kijkt naar de huidige problemen in het gezondheidssysteem waarmee Afrikaanse artsen geconfronteerd worden.

Graag wilde ik deze artsen in spe beter begrijpen; daarom greep ik mijn kans op het World Healthcare Student Symposium, dat voor de eerste keer plaatsvond in Rwanda. Daar sprak ik met de Keniaanse Marie-Claire Wangari, een zesdejaars geneeskundestudent en voormalig hoofd van de medische studentenvereniging in Kenia (MSAKE), onderdeel van IFMSA (International Federation of Medical Students’ Associations). Ik sprak met haar over de uitdagingen die Afrikaanse gezondheidssystemen met zich meebrengen, de problemen waarmee jongen artsen kampen, en wat er moet veranderen.

 

Hoewel Marie-Claire momenteel haar geneeskundestudie aan het afronden is, overweegt ze een carrièreswitch. Ze legt uit dat de werkomstandigheden tijdens haar coschappen haar deden twijfelen. ‘Er is geen medische apparatuur, onvoldoende personeel en vaak worden salarissen niet uitbetaald. Terwijl je als arts een grote verantwoordelijkheid hebt: patiënten zijn van jou afhankelijk. Als arts sta je er middenin: je hebt te maken met patiënten, overheden en disfunctionerende gezondheidssystemen.’

 

Deze omstandigheden verklaren dan ook waarom eenvoudige ingrepen toch mis kunnen gaan, of waarom artsen er voor kiezen een dag elders te  werken om hun gezinnen financieel te onderhouden. Het is voor het zorgpersoneel ook demotiverend om in dergelijke omstandigheden te werken, terwijl hun patiënten lijden. Dit leidt ertoe dat geneeskundestudenten vroegtijdig met hun studie stoppen, of een andere loopbaan kiezen – terwijl het tekort aan artsen en ander zorgpersoneel alarmerend hoog blijft.

 

Financiering voor gezondheid

Volgens Marie-Claire zijn gebrek aan financiering voor gezondheid, evenals goed leiderschap, de ontbrekende factoren in slecht functionerende gezondheidssystemen. Ze overweegt public health te gaan studeren. ‘Financiering voor gezondheid is onmisbaar voor verandering. Er wordt nu in Kenia te weinig geld besteed aan de zorg, en in de sector wordt het geld soms voor verkeerde doeleinden gebruikt.

 

‘Als artsen tijdens hun studie vakken zouden volgen over gezondheidsfinanciering en de verdeling van financiële middelen, dan kunnen ze hierover een mening vormen en deze ook uiten, en weten ze wat ze moeten doen wanneer ze te maken krijgen met managementwerkzaamheden. Nu is het zo dat de verkeerde mensen, zonder de benodigde kennis, verantwoordelijk zijn voor het geld.’

 

Ze legt uit dat het al lastig genoeg is om als arts een baan te vinden in de publieke sector: niet omdat de sector geen mankracht nodig heeft, maar omdat er onvoldoende geld beschikbaar is om mensen aan te nemen. Dit geeft wederom weer wat het probleem is: dat getalenteerde artsen ook in dit geval misschien kiezen voor een ander beroep, terwijl de behoefte aan artsen onveranderd blijft.

 

Lobbyen kun je leren

Marie-Claire vindt dat artsen zich misschien meer zouden moeten bekwamen in pleitbezorging. ‘Als je moet lobbyen voor je salaris, dan kun je net zo goed snel beginnen met leren hoe je dat dan het beste kunt doen.’ Maar het grotere plaatje is volgens haar net zo belangrijk; pleitbezorging is ook nodig om het gezondheidssysteem te verbeteren. Aan motivatie geen gebrek bij Marie-Claire: ‘Ik wil niet afwachten en maar zien wat we kunnen doen. We hebben zelf de kracht om het systeem te veranderen.’

 

Maar – dat pleitbezorging allesbehalve envoudig is, wordt duidelijk als Marie-Claire vertelt over de artsenstaking in Kenia. Artsen staakten voor betere werkomstandigheden, maar belandden daardoor in de cel. Hierdoor waren veel publieke klinieken gesloten, wat sommige burgers met de dood moesten bekopen omdat ze niet konden betalen voor zorg in de duurdere private sector klinieken, en daardoor geen toegang hadden tot zorg. Overheden verantwoordelijk stellen, voor je rechten opkomen, en je patiënten zo min mogelijk te laten lijden: de scheidingslijn hiertussen is flinterdun.

 

Marie-Claire is blij dat ze veel kan leren van Wemos. Ze wil weten hoe we onze lobby en pleitbezorging aanpakken voor betere publieke gezondheid, en hoe ze de politiek zou kunnen beïnvloeden. Ze is vooral te spreken over hoe we artsen, politici, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties bij elkaar hebben gebracht bij het Global Health Café om te praten over problemen rondom zorgpersoneel in Afrika. Uiteraard geldt dit ook voor Wemos: juist deze rijke uitwisselingen met mensen zoals Marie-Claire en de aanwezigen bij het Global Health Café zetten onze pleitbezorging voor gezondheid voor iedereen kracht bij.

 

Onderwijs blijft achter

Ze legt uit dat het onderwijssysteem misschien op de schop zou moeten: ‘Nu worden we als studenten niet altijd serieus genomen, en de universiteit is soms een bureaucratisch orgaan dat niet altijd openstaat voor verandering.’ En hoewel het merendeel van de Afrikaanse studenten op het symposium bijna is afgestudeerd, blijft het onderwijs juist achter. ‘Ons curriculum bevat nog steeds leerstof over de MDGs [red.: Millennium Development Goals]! De studie geneeskunde moet bij de tijd blijven: studenten moeten leren over de SDGs en de internationale inspanningen om gezondheidszorg te financieren.’

 

Marie-Claire is niet de enige die gefrustreerd is door het onderwijssysteem. De vele Keniaanse studenten die op het symposium zijn, delen dezelfde frustratie; door haar zijn ze aangemoedigd om te komen, om juist buiten de collegezalen te leren. Klaarblijkelijk een goede zet, want het symposium en de universiteit lijken als dag en nacht van elkaar te verschillen: de sprekers hebben een luisterend oor voor de studenten, en de senior professionals merken op dat studenten terecht verandering willen zien. ‘Het is een opluchting om gezondheid te bespreken buiten de leslokalen met zoveel verschillende studenten, en om te zien dat andere landen met dezelfde problemen kampen.’

 

Toekomstige pleitbezorgers voor gezondheid

Maar misschien is Marie-Claire wel een uitzondering, want weinig geneeskundestudenten zijn geïnteresseerd in gezondheidsfinanciering. Dit is allesbehalve verrassend, aangezien de meeste artsen voor hun beroep hebben gekozen omdat ze patiënten willen helpen – en niet zozeer om zich bezig te houden met de politiek. De hamvraag blijft echter: wat kunnen overheden en politici dan betekenen voor betere gezondheidszorg?

 

Omdat politieke wil cruciaal is, denk ik juist dat sommige artsen die een carrièreswitch overwegen en pleitbezorger willen worden, zowel hun patiënten als hun studiegenoten daarmee een plezier doen. Want naast méér artsen, hebben we óók verandering nodig.

 

Marie-Claire Wangari and Renée de Jong at the World Healthcare Students Symposium 2017 in Kigali

 

Recente Blog items

Waarom de gedragscode VIG gezondheid niet voorop stelt

30-07-2020

Robin Veenman (voormalig onderzoeksstagiaire bij Wemos en Farma ter Verantwoording en masterstudente Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam)

Begin dit jaar publiceerde de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), de Nederlandse belangenvereniging van de farmaceutische industrie, haar nieuwe gedragscode. Maar ondanks dat hoge medicijnprijzen een actueel en urgent maatschappelijk probleem zijn, bevat de gedragscode geen enkele vermelding van het prijsbeleid van de farmaceutische industrie. Voor mijn onderzoek bij Wemos en Farma ter Verantwoording kwam ik tot de conclusie dat de gedragscode dan ook een symptoom is van een neoliberaal systeem binnen deze industrie, waarin winstmaximalisatie – en niet de volksgezondheid – voorop staat.

Lees verder

Gezondheidszorg: een vitaal beroep

03-04-2020

Human resources for Health-team

Het is opvallend wat een crisis zoals de COVID-19-uitbraak teweeg kan brengen. Vijf jaar geleden zagen we dat vanwege bezuinigingen de financiering voor langdurige zorg, thuiszorg en jeugdzorg in Nederland ernstig beperkt werd. Veel zorgorganisaties gingen failliet en 80.000 zorgverleners verloren hun baan. En toen de economie eenmaal weer begon te bloeien en werd er budget vrijgemaakt om het aantal zorgmedewerkers uit te breiden.

Lees verder